Leuk stukje uit de automatiseringsgids. Ik wist het altijd al en ik merk het elke dag.

Ouders denken wel dat hun kinderen vaardiger zijn op de computer dan zijzelf, maar als het gaat om de moeilijker taken blijken vaders hierin beter te zijn dan hun zonen. Dit staat in een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), gemaakt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. 

Het SCP vroeg aan leerlingen in het voortgezet onderwijs en hun ouders hoe ze thuis omgaan met computers.

Gezinnen zonder computers zijn een zeldzaamheid geworden en bijna allemaal hebben ze een breedbandverbinding. Moeders zeggen zelf dat ze thuis het minst handig zijn met de computer. 

Ouders schatten de vaardigheden van hun kinderen, die veelal zijn opgeroeid met de computer, veel hoger in dan hun eigen vaardigheden, maar ook hoger dan de tieners zichzelf inschatten. De ouders denken ook te positief over het gedrag van hun kind. Acht van de tien ouders denken dat hun kind de computer wekelijks of nog vaker gebruikt voor huiswerk, maar slechts zes op de tien tieners zegt dit zo vaak te doen. Slechts 4 procent van de ouders denkt dat hun eigen kind pest via msn, terwijl 12 procent van de tieners aangeeft dat wel eens te doen. 

Bijna alle tieners gebruiken het communicatiemiddel msn, zeven op de tien dagelijks en zes op de tien doen dit langer dan een uur per keer. De helft van de tieners heeft nieuwe mensen leren kennen via internet en van hen heeft driekwart deze mensen in het echt ontmoet. Volgens het SCP geeft het rapport geen grond voor de vrees dat jongeren geïsoleerde raken door de computer: “Eerder breidt het sociale leven van de jongeren zich uit via internet.” 

Staatssecretaris Frank Heemskerk van EZ gaat het rapport benutten voor zijn campagne Digibewust. Hij wil voorkomen dat jongeren zich kwetsbaar maken door te makkelijk informatie over zichzelf te geven op internet. (anp)

aldi-laptop.jpgVandaag een leuke laptop bij de aldi gekocht. Een echte medion laptop. Onvoorstelbaar, maar waar. Na jaren zeuren dat ik er toch een laptop bij zou moeten hebben, heb ik er nu dan daadwerkelijk één gekocht. Best een leuk dingetje met redelijke specificaties:

  • Dual core intel
  • 1 gb intern
  • 120 gb reusachtige schijf, zoals de folder zo mooi zegt
  • wlan
  • breedbeeld
  • vista home premium edition
  • tas (ja ja)
  • enz enz.

Enig nadeel vind ik altijd de bezuiniging op de grafische kaart. In de meeste laptops wordt gekozen voor een shared memory-model. Daardoor kun je er minder goed spelletjes op spelen. Op zich heeft elk nadeel ook zijn voordeel: uiteindelijk willen de kinderen er daarom toch niet mee werken. Dan liever de desktop met 256 Mb eigen grafisch geheugen en een dedicated processor voor de mooiere beelden.

Hopelijk hebben we er jaren plezier van. De kinderen vragen zich nu al af waarom zei er niet één (per persoon) gekregen hebben?

Prestatiemanagement is al enkele jaren ‘hot’. Het management van veel ondernemingen heeft steeds meer instrumenten in handen om heldere doelen vast te stellen, voortgang te meten en resultaten vast te leggen. Voorbeelden van onderliggende management concepten zijn Value Based Management (vooral gericht op aandeelhouderswaarde), de Balanced Scorecard (integrale sturing),  EFQM (kwaliteitsverbetering) en Six Sigma (procesverbetering). Welk concept ook de voorkeur heeft, steeds meer ondernemingen hebben er wel een. De ervaring leert echter dat er een belangrijk risico op de loer ligt: een louter instrumentele benadering van prestatie management met focus op meters. Goede

instrumenten geven stuurinformatie. Goede stuurinformatie levert gespreksstof. Maar goede gesprekken daarover leveren pas prestaties.

Een managementstijl die goede gesprekken ondersteunt, is ‘prestatiegericht coachen’. Bij die stijl staan steeds twee vragen centraal:

  1. hoe kunnen medewerkers met hun talenten optimaal bijdragen aan gemeenschappelijke doelstellingen en
  2. hoe voelen zij zich persoonlijk verantwoordelijk voor de resultaten?

U maakt het verschil al bij het formuleren van individuele afspraken voor de komende periode, bijvoorbeeld in de beoordelingscyclus. De gemakkelijkste weg is uw doelstellingen aan uw medewerkers op te leggen. Dat is geen kunst. U ontneemt hen echter de kans zelf na te denken over hun bijdrage en daarvoor verantwoordelijkheid te nemen. Overweegt u eens om te vragen hoe ieder individueel zou willen bijdragen aan de gemeenschappelijke doelen. Wat hebt u te verliezen? Dat zij minder ambitieus inzetten dan u zou willen? Dat is dan ieder geval op tafel en dus bespreekbaar.

Vervolgens zijn er drie valkuilen. U kunt alsnog uw wil opleggen (en hun verantwoordelijkheidsgevoel ondermijnen), u kunt met hun ambitie meegaan (en zelf in de problemen komen) of elkaar in het midden treffen (en uw geloofwaardigheid verliezen). Liever vraagt u wat  de medewerker ervan weerhoudt om ‘hoger in te zetten’. Hiertoe stelt u open vragen:

  • ‘wat zijn je belangrijkste belemmeringen?
  • ‘wat zou je kunnen doen om het doel dichterbij te brengen?’
  • ‘welke rol zou ik daarin kunnen spelen?’

Zo komen afspraken dichterbij die aansluiten bij de gemeenschappelijke doelen én waaronder de medewerker zijn schouders wil zetten.

Ook bij uw bespreking van de voortgang helpt een coachende stijl. Het openingsvoorbeeld laat zien wat er gebeurt als u vraagt ‘waarom’ medewerkers hun resultaten nog niet halen. In 99% van de gevallen benoemen zij factoren buiten hun invloed en schuiven daarmee hun verantwoordelijkheid af. Dat ligt veel meer aan de (vragen van) de manager dan aan de medewerker. De ‘waarom-vraag’ roept defensief gedrag op en deugt dus niet.

Coachende vragen, die betrokkenen juist laten nadenken over hun eigen rol en hoe ze zich daarin kunnen ontwikkelen, zijn bijvoorbeeld:

  • wat heb je de afgelopen periode zelf gedaan om je targets te realiseren?
  • wat was het meest effectief in je aanpak?
  • wat vond je minder effectief?
  • wat vind je het allermoeilijkst?
  • wat heb je tot op heden gedaan om daarmee om te gaan?
  • welke mogelijkheden zie je om je doelen alsnog te realiseren?
  • welke acties heb je voor ogen?
  • welke rol kan ik hierin voor je spelen?

De belangrijkste vraag voor uzelf is: ‘durft u talent en verantwoordelijkheidsgevoel aan te boren door uw medewerkers zelf na te laten denken of houdt u liever grip op de (uw) antwoorden?’

essentie_van_leiderschap.bmpVerder lezen?

Dit artikel is een hoofdstuk uit het onlangs verschenen boek Essentie van Leiderschap onder redactie van Willem Mastenbroek en Loek Wijchers, Holland Business Publications, 2007

Vond vandaag op winmagazine dit nieuws. Wij krijgen vanaf maandag net een nieuwe manager:

“Werknemers hebben meer vertrouwen in hun directe leidinggevenden dan in hun directie. Personeel heeft dan ook liever te maken met de manager dan met de directeur.

Dit blijkt uit onderzoek van de Engelse vacaturesite CareerBuilder.com, geciteerd op vacaturesite JobTrack.nl. ‘Hoe hoger iemand komt, hoe moeilijker het wordt om te communiceren met het personeel’, zegt Rosemary Haefner van CareerBuilder.com. Managers hebben volgens haar het voordeel dat ze dagelijks met hun ondergeschikten communiceren, in tegenstelling tot directeuren.”

aboriginal.jpgEven een middagje naar Utrecht. Om half twee zijn we er en slenteren we langs alle leuke winkeltjes langs de oude grachten van Utreg. Jammer dat het zo nu en dan een beetje regent, maar dat mag de pret niet drukken.

Bij het Aboriginal Art Museum staan een aantal echte aboriginal uit Australië een dansje uit te voeren. Heel veel belangstelling van heel veel buitenlandse pers. Echt bijzonder dus.

Om half vijf gaan we nog even naar een tante van Teunie. Haar oom en tante zijn beide bijna 80. We eten daar een hapje warm eten mee. Het smaakt goed. Om half zeven rijden we naar huis. Eerst rijden we een stuk over de ring van Utrecht, waar we bij elke afslag het gevoel hebben dat we wel erg om Utrecht heen rijden richting Amersfoort, maar uiteindelijk komen we uit op de A28 om net voor acht uur weer thuis ongeschonden de deur kunnen openen.

thialf.jpgVandaag een dagje schaatsen. Het blijft toch jammer dat je in de winter bent aangewezen op een overdekte hal. Maar hoe dan ook, vanuit Wezep ben je in iets meer dan een half uur in Heerenveen en rijd je lekker je rondjes. De kinderen vermaken zich prima op de binnenbaan (333 m) en het kleine krabbelbaantje. Floris wil heel graag noren, maar het lijkt ons toch nog te vroeg daarvoor. We huren noren maatje 34 en Floris schaatst er niet langer dan een half uur op. Dan wil hij toch wel graag weer zijn eigen hockey schaatsen onder. Scheelt weer veel gezeur en zo’n 90 euro. In de herfstvakantie is er een schaatsweek. Leer je in 4 dagen schaatsen. Mooi iets voor Floris.

Om half vier zijn we thuis en 2 minuten later is Karel thuis van school. Wat een timing.