P1000414Spakenburg, vrijdag 13 februari 2015. (foto’s). Vandaag op uitnodiging naar het feestje van de Botterwerf in Spakenburg. Marco Venendaal is de nieuwe eigenaar en dat wil hij weten ook. Ik kom samen met mijn zwager rond kwart over vijf bij de werf.

Voor de werf staan twee dames in traditionele kleding ons op te wachten met een lekker glaasje bubbels. We gaan door de keuken naar de werkplaats. Nou ja werkplaats? Je herkent het bijna niet. De werkplaats is netjes opgeruimd en alles voor de band (van Marco) staat al klaar. Dat moet wel gezellig worden. We praten hier en daar met een aantal bekenden.

Om een uur of half zeven krijgen we dan een toespraak van Marco. Voor de zekerheid een briefje gemaakt, maar zo te zien levert hem dat ook weinig steun op. Zingen voor een groep is toch makkelijker, dan praten. We zien een film (mooi) en we horen van de plannen die Marco met de werf heeft. Veel samenwerken is toch wel de boodschap en hij wil de werf geschikt maken voor het onderhouden van houten kotters. Al 500 jaar worden er hier in Spakenburg boten (botters?) gemaakt en onderhouden en dat is toch echt uniek. Niet alleen voor Nederland, maar misschien wel voor de hele wereld. Zonder werf is er toch echt niets te doen in Spakenburg. En alle kennis die er ligt bij de werf. Het vakmanschap. “We komen naar de mensen toe”.

Het wordt steeds gezelliger. We eten kibbeling en stukken kip. Allemaal even lekker. Het is goed georganiseerd. Uiteindelijk begint de band, voor de gelegenheid maar even gewoon zonder sound-check. Het eerste lied is goed gekozen: “Never be Clever” van Herman Brood. Het zijn moeilijke tijden voor de botterwerven, maar aan het enthousiasme en de ideeën zal het niet liggen dat het met deze werf helemaal goed gaat komen.

 

2015-02-07 10.29.22Hoorn, zaterdag 7 februari 2015. (Fotos) Vandaag voor het eerst deelgenomen aan de winterreünie van de Vereniging Botterbehoud. Dit jaar gehouden in Hoorn. Na anderhalf uur rijden in een verstilt mistig landschap, komen we om tien uur aan in Hoorn. Alleen al het door Hoorn rijden is de moeite waard. De reünie wordt gehouden op het Oostereiland. We melden ons bij het gevangenis hotel, maken kennis met nieuwe mensen en drinken een bakje koffie. Na zo’n rit altijd een goed idee.

Om half elf krijgen we een welkomswoord van de commissie en de voorzitter van de vereniging. Ze houden het kort en daarna de wethouder aan het woord. Leuk verhaal over het verval van het Oostereiland en hoe de gemeente Hoorn uiteindelijk zelf voor de financiering van het opknappen van het Oostereiland heeft gezorgd. Ze is enthousiast over Botterbehoud. Met een fles wijn in de hand, wenst ze ons nog een prettige dag en wij drinken nog een kopje koffie.

Dan begint het programma. Eerst een film over het ontstaan van het Oostereiland. Het Oostereiland is aangelegd voor havenuitbreiding van Hoorn in de 17e eeuw. Van VOC, naar admiraliteit, naar marine, naar gevangenis en uiteindelijk in verval geraakt in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw. Er hebben zelfs nog asielzoeker in gezeten. In de film komen bewakers aan het woord. Leuke verhalen over hun belevenissen en sommige bewakers waren zelfs ondeugend.

Na de film naar het “centrum varend erfgoed“. Het centrum ligt ook op het Oostereiland. We kunnen een lunchpakketje ophalen en daarna gaan we in groepen uiteen. Wij zitten in groep A. Eerst naar het museum. We mogen zelf rondlopen. Het is een kleine expositieruimte met de maritieme geschiedenis van Hoorn. Daarna een uitleg van Peter Dorleijn over de museumhaven. Leuke verhalen over de schepen die er liggen. Naast botters ook tjalken en een aantal stalen zeeschouwen. We gaan naar de werkplaats. Ook nu een enthousiast verhaal over de werkplaats en wat de plannen allemaal zijn. Er ligt een stalen schouwtje op de kop die gerenoveerd gaat worden. Het is koud en nattig als we als laatste activiteit buiten nog een verhaal krijgen van een gids over het ontstaan van het eiland en de bijzondere plek waar het varend erfgoed nu staat. Als laatste mogen we nog even in de brasserie een kopje koffie (of iets anders drinken). Het is daar in ieder geval lekker aangenaam warm.

Om drie uur krijgen we dan een stadswandeling door Hoorn. We lopen  door interessante straten, horen leuke verhalen over huizen die overhangend gebouwd zijn – wij maar denken dat ze naar voren zijn gezakt door de jaren heen -, bieropslag en kaaspakhuizen. We lopen over de Westfriese Omringdijk (126 km lang en een stuk er van loopt door Hoorn). Ook nog even bij Jan Pieterszoon Coen, eerst een held, nu iets minder een held, misschien zelfs een schurk. Op de plaquette op het standbeeld staat dan nu ook iets over zijn omstreden praktijken. Ook het huis van Bontekoe was leuk om te zien. Bovenaan het huis een mooie plaquette van een bonte koe. De straten hadden vroeger geen namen, maar aan de plaquettes boven de huizen kon je dan zien wie er woonde. Ook handig. We lopen nog langs de Bossuhuizen. Op de gevels een ‘verslag’ van de “Slag op de Zuiderzee“. De fraaie friezen houden de herinnering levend aan de slag op de Zuiderzee in 1573 waarbij de Spaansgezinden onder leiding van Graaf Bossu werden verslagen door de Westfriezen. 

Slag-op-de-Zuiderzee-Hoorn02

Langzaamaan lopen we richting de Watersportvereniging Hoorn. In het clubhuis krijgen we een schippersmaaltijd aangeboden. Vier soorten stamppot (zuurkool, andijvie, boerenkoel, hutspot) met een bal gehakt of een stuk worst (of allebei). Echt lekker. We kletsen gezellig met onze tafelgenoten, die allemaal stoere verhalen vertellen over hun leven en avonturen op en met de botter. Wij komen voor de eerste keer. Aan tafel mensen die erbij waren toen de vereniging werd opgericht.

We worden nog bedankt voor onze aanwezigheid en dan vertrekken we weer richting Wezep. We kijken terug op een leuke winterreünie in Hoorn.